Wat is er te zien?
Door het op nieuw inrichten van de Binnenveldse Hooilanden als natuurgebied komt langzaam de natuur van vóór de ruilverkaveling van de jaren 40-50 van de vorige eeuw terug. In het natte schraalland zijn drie hoofdtypen natuur te onderscheiden: dotterbloemhooiland, blauwgrasland en trilveen.
Ooit bevatten de natte hooilanden veel bijzondere planten en dieren, o.a. verschillende orchideeën, de moerasparelmoervlinder, de grote modderkruiper, diverse water- en weidevogels, enz. Op basis van de jaarlijkse monitoring in het gebied van: planten, mossen, broedvogels, weidevogels, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, amfibieën en een enkele ringslag zien we de biodiversiteit weer toenemen. Ook dankzij de genomen inrichtingsmaatregelen zoals afplaggen, waterbeheer en strooien van Binnenveld-eigen maaisel met zaad ontwikkelt de vegetatie zich voorspoedig.
In de zomer kun je het blauwgrasland vooral herkennen aan de paarse bloemen van de klokjesgentiaan, blauwe knoop en mogelijk in de toekomst ook de Spaanse Ruiter. Volgens sommigen is de naam blauwgrasland afgeleid van de blauwe gloed van blauwe en zwarte zegge. In het zich ontwikkelende blauwgrasland zien we ook het moeraskartelblad, in het vochtige grasland ook veel gele grote ratelaar, moerasrolklaver, kale jonker en grote kattenstaart. Vroeg in het jaar ook al de roze echte koekoeksbloem. Orchideeën zoals rietorchis, gevlekte orchis, brede orchis en moeraswespenorchis rukken op.
De Hooilanden zijn een belangrijk broedgebied voor weidevogels zoals kievit, grutto, wulp, watersnip en tureluur. Ook moerasvogels zoals zomertaling, blauwborst, rietgors, bruine kiekendief en boomvalk broeden in het gebied. Natuurlijk vinden we ook de kleurrijke gele kwikstaart en de ijsvogel.
Veel verschillende libellen, dagvlinders en sprinkhanen zijn er te zien, teveel om hier te noemen. Ook is er een basis inventarisatie van mossen, en tevens van paddenstoelen
In de Kromme Eem ziet men de grote modderkruiper, en poelkikkers en af en toe een ringslang in de Grift. En dan zijn er nog de zoogdieren met name in de buurt van het Eendenbosje, zoals reeën, hazen, en soms overdag ook een vos of boommarter.
Om de ontwikkeling van de flora en de fauna te volgen is in 2020 een monitoringsplan opgesteld. Op basis van dit plan is de afgelopen 6 jaar de monitoring veelal door enthousiaste vrijwilligers uitgevoerd. Het monitoringsplan is overigens een levend document. Vandaar dat het stichtingsbestuur na 6 jaar een update van dit monitoringsplan heeft opgesteld en vastgesteld voor de komende jaren 2026-2031.
Dit Monitoringsplan 2026-2031 omschrijft de biotische monitoring (flora en fauna) die de Stichting Mooi Binnenveld en de Coöperatie Binnenveldse Hooilanden coördineren en uitvoeren in de beide deelgebieden (ca.100 ha in totaal). In het andere deel van het gebied (ca.200 ha) verzorgt Staatsbosbeheer zijn eigen natuurmonitoring. Voor de abiotische monitoring heeft de provincie Gelderland een monitoringsplan opgesteld: zie Monitoringsplan Omgevingscondities Binnenveld.
De resultaten volgen in onze nieuwsberichten en op onze website. Zie voor de verschillende monitoring rapporten publicaties.




