Op het moment zijn er veel ganzen in het Binnenveld, naast veel andere met name doortrekkers. In de groepen grauwe ganzen en kolganzen ook een opvallende rode gans.
De roodhalsgans (Branta ruficollis) is een kleine, opvallend gekleurde ganzensoort die behoort tot de familie van de eendachtigen. Deze gans staat bekend om zijn compacte formaat en zijn prachtige, mozaïekachtige patroon met diep roestbruine, zwarte en witte vlakken. Het uiterlijk is onmiskenbaar dankzij de vosrode borst en wangen, die scherp afsteken tegen de zwarte nek, rug en de brede witte flankstreep. Met een lengte van ongeveer 53 tot 56 centimeter is hij aanzienlijk kleiner en compacter dan de meeste andere ganzensoorten in West-Europa. De roodhalsgans broedt op de Arctische toendra van Noord-Siberië. De hoofdmoot van de wereldpopulatie overwintert rond de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. De populatie kampt met bedreigingen zoals illegale jacht op hun trekroutes en veranderingen in landbouwgebieden.
In Nederland is de roodhalsgans een vrij zeldzame wintergast. Elk winterseizoen trekken er enkele tientallen individuen mee in het kielzog van enorme groepen brandganzen, kolganzen of rotganzen. Ondanks hun felle kleuren vallen ze door hun kleine formaat tussen de duizenden andere ganzen vaak pas op als je heel gericht met een telescoop zoekt. Bekende plekken waar ze in de winter geregeld worden gezien zijn onder andere het Lauwersmeergebied en de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden.
Tekst: Wikipedia
Foto’s: Hans Vellema





